Machteloosheid als teken van kracht

Geplaatst op 11 mei, 2010 

Toen ik de video’s had gezien van Michael Roads en Mark Robert Waldman uit het artikel ‘Bewustzijn en focus‘ , dacht ik als eerste terug aan het gevoel van machteloosheid waar ik wel eens mee overhoop lig.

Het gevoel van machteloosheid ervaar ik namelijk als één van de moeilijkst te accepteren gevoelens. Maar is het wel een gevoel en niet een state of mind die een illusie van slachtofferschap creëert? Als het een gevoel is kan ik het ergens in mijn lijf voelen.  Volgende keer toch eens opletten wat ik precies voel en waar.

Maar goed, even inhaken op de woorden van Michael Roads en Mark Robert Waldman. Als ik hun boodschap vertaal naar machteloosheid, dan is er een krachtige focus op machteloosheid voor nodig om er een flinke portie van te ervaren. Met andere woorden: machteloosheid is een teken van kracht, kracht die door focus is gericht op machteloosheid. Machteloos is ineens helemaal niet meer zo machteloos.

Stel je een lichtbundel voor, bijvoorbeeld van een zaklantaarn. De lichtbundel is de kracht en de zaklantaarn de krachtbron. Door de zaklantaarn te richten, kun je de lichtbundel laten schijnen waar je maar wilt. Het richten van de zaklantaarn is focussen: je ziet wat je wilt zien. Waar je de lichtbundel ook op richt, de lichtbundel is en blijft kracht. Zelfs als dat wat je door de lichtbundel te zien krijgt misschien niet zo fraai is. Machteloosheid bijvoorbeeld.

Bewaard onder Mening, Persoonlijk, spiritualiteit | 7 Comments

Tags: , , ,

Wat ik wel en niet geloof over gevoelens

Geplaatst op 30 april, 2010 

1. Ik geloof niet dat boosheid één van de meest vernietigende emoties is. Ik geloof dat elke emotie, ook die van boosheid, een bepaalde energiestroom is en dat het niet die emotie of die energiestroom is die vernietigend is, maar de vaak disfunctionele manier waarop we ermee omgaan.

2. Ik geloof niet dat er positieve en negatieve gevoelens zijn maar wel dat alle gevoelens gelijkwaardig zijn. Ik geloof ook dat er een goede reden is dat sommige gevoelens onprettig aanvoelen (en die we dan vaak als negatief bestempelen). Namelijk omdat die gevoelens een onbevredigde behoefte signaleren en ons aansporen om in actie te komen. Stel dat het gevoel van honger prettig aanvoelt, zou je dan nog eten?

3. Ik geloof niet dat je je goed of slecht kunt voelen. Ik geloof wel dat je over je gevoelens kunt denken in termen van goed of slecht. Gevoelens kennen geen zwart/wit perspectief van goed/slecht, het denken echter wel.

4. Ik geloof niet dat als je je verdrietig, boos of angstig voelt, dat je dan moet proberen je zo snel mogelijk weer blij te voelen. Ik geloof dat alle gevoelens er mogen zijn en dat het helpt het gevoel werkelijk te voelen en om in contact te komen met de onderliggende behoeften.

5. Ik geloof dat er een heleboel oordelen bestaan over gevoelens en dat die oordelen meer zeggen over onze relatie met onze gevoelens dan over de gevoelens zelf.

6. Ik geloof dat onze taal een heleboel gevoelswoorden kent die in feite geen gevoel uitdrukken maar een oordeel. Zoals ‘Ik voel me in de steek gelaten’. Het onderliggende gevoel kan zijn eenzaamheid en/of verdriet’. De onderliggende behoefte kan zijn verbinding en/of ondersteuning

7. Ik geloof dat het analyseren en classificeren van gevoelens net zo zinloos is als op het strand gaan zitten en de golven van de zee analyseren en classificeren.

8. Ik geloof dat het voelen van je gevoelens kan helpen om in het hier en nu te zijn in plaats van in het verleden of toekomst te zijn door in je hoofd te leven.

9. Ik geloof dat een zin als ‘Ik heb het gevoel dat deze bespreking nog lang gaat duren’ niks met gevoelens te maken heeft maar alles met een gedachte of aanname.

10. Ik geloof dat ik over vijf jaar weer andere dingen over gevoelens geloof dan nu.

Bewaard onder Communicatie, Mening, Persoonlijk | 9 Comments

Tags: , , , ,

Codependency en het reptielenbrein: partners in crime

Geplaatst op 29 april, 2010 

Verhaaltje vooraf

Toen ik ergens in november vorig jaar mijn motor uit de garagebox wilde ophalen, ontdekte ik dat een aantal stratenmakers bezig waren alle vakken van het aangrenzende parkeerterrein opnieuw in te delen en te bestraten.

Helaas was er ineens ook een parkeerplaats precies voor de ingang/uitgang van garagebox. Het parkeervak voor de ingang/uitgang en dat altijd met een groot wit kruis was gemarkeerd, was er nog maar nu zonder het witte kruis. En de grote betonnen paal die altijd in het midden van dat witte kruis had gestaan, was verwijderd en lag in de bosjes.

Ik zag de bui al hangen: als ik nu zou gaan motorrijden, zou ik bij terugkomst wellicht een geblokkeerde garagebox  aantreffen. Gelukkig waren de stratenmakers nog aanwezig, ze zaten net in hun busje een boterham te eten. Ik vertelde ze over de garagebox en dat die betonnen paal toch echt terug in de grond moet om te voorkomen dat er een auto parkeert precies voor de ingang/uitgang. Er was begrip en ik had genoeg vertrouwen in de goede afloop om op de motor te stappen.

Bij terugkomst een paar uur later lag de betonnen paal nog steeds in de bosjes. Ik wilde de stratenmakers herinneren aan ons gesprek eerder die middag maar dit keer was er geen begrip en ze wezen naar elkaar.

Uiteindelijk verwezen ze me naar de machinist van een graafmachine maar ook die wilde de paal niet terug in de grond zetten. Hij en zijn collega’s hadden alles volgens tekening van de gemeente uitgevoerd en voor die betonnen paal moest ik maar bij de gemeente zijn.

Ik belde de gemeente en kreeg een antwoordapparaat te horen. Het was vrijdagmiddag en er was niemand meer bereikbaar. Ik besloot de woningcorporatie te bellen die de garagebox in eigendom heeft maar ook daar was het vrijdagmiddag en niemand meer op kantoor.

Werken volgens het systeem

Uiteindelijk heeft het een maand geduurd voordat de betonnen paal weer terug in de grond stond en daar waren aardig wat telefoontjes en e-mailtjes voor nodig met de aannemer, woningcorporatie en gemeente.

Als op die bewuste vrijdag dat ik met de stratenmakers en de machinist sprak, één vent was geweest die bereid was even een paar straatstenen uit de bestrating te halen, een paar scheppen zand verwijderen en die betonnen paal in de grond zetten, was alles binnen een uur opgelost.

Maar die ene vent was er niet. Waarom? Omdat het systeem zegt dat er strikt volgens tekening wordt gewerkt. Da’s wel zo handig want als er dan iets niet klopt kan de vinger richting gemeente wijzen. Maar er moet toch bij iemand een belletje zijn gaan rinkelen toen die betonnen paal uit de grond werd gehaald? Er moet toch een tweede belletje zijn gaan rinkelen toen dat witte kruis werd verwijderd?

Het maakt niet uit hoeveel belletjes er zijn gaan rinkelen want als er op tekening geen betonnen paal staat, dan komt er geen betonnen paal. De aannemer die de klus had aangenomen wilde de stratenmakers ook geen toestemming geven om de paal terug te plaatsen want het systeem zegt dat de opdrachtgever (de gemeente) daarover beslist. En de gemeente? Hun systeem zegt dat eerst moet worden onderzocht waarom zij niet wisten dat er een garagebox was en of de woningcorporatie daar wel een uitritvergunning voor had, dat vervolgens de tekening moet worden aangepast en dat pas daarna de uitvoerder en misschien wel diezelfde machinist van de graafmachine, de betonnen paal in de grond mag plaatsen.

Het systeem is er niet om snel en slagvaardig te handelen. Het systeem is er om te worden gevoed en gediend. In plaats van dat één man, de machinist bijvoorbeeld, de klus in een uurtje klaarde op diezelfde vrijdagmiddag, waren er nu minstens een handvol mensen een maand bezig met diezelfde klus. En als het op papier allemaal klopt en de facturen voor meerwerk maar worden betaald, is iedereen tevreden.

Uiteindelijk was het niet eens aan het systeem te danken dat het probleem is opgelost. Dit was te danken aan een linchpin bij de woningcorporatie, iemand die bereid was zich eigenaar van het probleem te maken nadat de woningcorporatie in eerste instantie had laten weten hierin geen partij te zijn.

Bureaucratie, codependency en het reptielenbrein

Wat er gebeurde was bureaucratisch. Maar bureaucratie is niet het hele verhaal. Als mensen zo hun best doen om alle regels te volgen, ook al leidt dat tot een langere levertijd, hogere kosten en een ontevreden klant, dan zijn ze bezig het systeem te pleasen en maken ze zich ervan afhankelijk. Waarom doen ze dat? Omdat het ze zekerheid geeft want het systeem is bekend en vertrouwd. Als ze volgens het systeem werken, zijn ze altijd gedekt en krijgen ze salaris

Behalve dat dit een codependent relatie is met het systeem, is het ook het terrein van het reptielenbrein om zo volgens het systeem te werken. Codependency en het reptielenbrein hebben aardig wat met elkaar gemeen. Ze versterken en voeden elkaar. Het zijn dikke maatjes, partners in crime. Samen de architecten van heel wat systemen tot aan de hele maatschappij toe.

De pijnlijke vraag die overblijft is waarom ik die paal zelf niet terug in de grond heb gezet. Zou jij het gedaan hebben?

Bewaard onder Codependency, Mening, Persoonlijk | 2 Comments

Tags: , , ,

De schreeuw om menselijkheid

Geplaatst op 23 april, 2010 

Ik ga steeds beter begrijpen wat Seth Godin in zijn boek ‘Linchpin’ cogs noemt. Een cog is een tandwiel, een radertje in het systeem: het fabriekssysteem waar mensen werken die zijn gehersenspoeld om te doen wat ze gezegd wordt zodat ze  vervangbare productie eenheden zijn.

Deze week was ik op het stadhuis en zat te wachten. Het afroepen tot je aan de beurt bent is volledig geautomatiseerd. Bij de ingang staat een computer waar je via een menu kiest wat je komt doen waarna de computer een bonnetje print met daarop een nummer. In de wachtruimte hangen grote displays die laten zien welk nummer er aan de beurt is en bij welke balie.

Tijdens het wachten observeerde ik de baliemedewerkers en hoe ze de burgers ‘afwerkten’. Wat de burger vertelt, vertaalt de baliemedewerker naar taal die de computer begrijpt. En wat de computer daarna op het scherm laat zien, geeft de baliemedewerker in gesproken of geprinte vorm door aan de burger.

Dit proces kan zich afhankelijk van de complexiteit van waar de burger mee komt een aantal malen herhalen. Al die tijd zit de baliemedewerker vrij uitdrukkingsloos te kijken van burger naar computer en van computer naar burger. Als de baliemedewerker begint te praten klinkt dat monotoon. De baliemedewerker is een randapparaat van de computer geworden. Nee, de baliemedewerker is DE computer geworden. De software van het fabriekssysteem heeft zich als een virus geüpload naar de baliemedewerkers.

Nee, geen linchpins hier. Hoewel?

Als mijn dochter en ik naar buiten lopen (heb ik al verteld dat ik samen met mijn dochter was? Nee? Nou, we waren dus samen), passeren we een tafel. Achter de tafel zit een oudere vrouw. ‘Koekje’ glimlacht ze in gebrekkig maar warm Nederlands terwijl ze naar mijn dochter kijkt. Ik glimlach terug. Het werkt: eindelijk verbinding met iemand. Iemand zonder computer. Zij is zonder het te weten een linchpin.

Op Seth  Godin’s blog las ik ‘Sad Tim’ met een soortgelijke strekking: de roep, de schreeuw om menselijkheid op de werkvloer. Emotioneel werk noemt Seth Godin het. Moeilijk is het niet, vraag het de koekjesmevrouw op het stadhuis maar.

Mijn tandarts is ook een linchpin. Hij komt na elke behandeling persoonlijk de wachtkamer ingelopen en roept de volgende cliënt bij voor- en achternaam.  Zijn stem klinkt warm en levendig. Zo anders dan mijn vorige tandarts die een harde zoemer gebruikte met een vreselijk door-merg-en-been-geluid om de volgende cliënt bij zich te roepen. Hij was een cog.

Als je erop gaat letten herken je ze overal: de linchpins en de cogs, de menselijkheid en het fabriekssysteem. Wie gaat overleven denk je?

Bewaard onder Boeken, Mening, Ondernemen, Persoonlijk | 6 Comments

Tags: , , ,

Zeggen wat je doet werkt als een rode lap op een stier

Geplaatst op 20 april, 2010 

Gij zult consequent en congruent zijn en ervoor zorgen dat het plaatje klopt.

Het slaat nergens op maar daarom zou het zomaar het elfde gebod kunnen zijn. Sommige mensen hanteren dit gebod, die denken dan dat iemand die arts is zelf nooit eens ziek is, dat een sportman nooit eens een biertje drinkt of dat een politicus nooit eens met z’n bek vol tanden staat.

Je hoeft iemand maar te vertellen wat je in het dagelijks leven doet en de normen en waarden waar ze je aan toetsen worden meteen in stelling gebracht.

In het begin van mijn bloggersbestaan schreef ik al eens over een netwerkbijeenkomst waar ik me had voorgesteld als tekstschrijver waarna iemand me erop attent maakte dat ik in een zin ‘hun’ had gezegd in plaats van ‘hen’. (Lees: ‘Hen en hun‘)

Een ander vond vorig jaar dat ik niet congruent communiceerde omdat ik me bezig hou met Geweldloze Communicatie en ook wel eens een oordeel gebruik.

Een tijdje geleden kreeg ik een stuk tekst van de profielpagina van mijn eigen weblog toegestuurd. Mijn profielpagina is in het Engels en was via Goole translator of een vergelijkbare tool, in het Nederlands vertaald. Er zaten enkele taalfouten in de Nederlandse vertaling. De conclusie was dat ik de Nederlandse taal niet beheers en dat dit toch wel vreemd is voor iemand die zich schrijver noemt, ook al ging het om de vertaling.

Zeggen wat je doet werkt op sommige mensen als een rode lap op een stier. Maar wat doe je eraan? Niks, lees alleen het volgende stukje van Paulo Coelho even:

‘Don’t try to be coherent all the time; discover the joy of being a surprise to yourself. Being coherent is having always to wear a tie that matches your socks. It means being obliged to keep tomorrow the same opinions you have today. What about the world, which is always in movement? As long as it doesn’t harm anyone, change your opinion now and again, and contradict yourself without feeling ashamed – you have a right to that! It doesn’t matter what the others may think – because they are going to think that way no matter what.’

Paulo Coelho in ‘The quest’

Bewaard onder Citaten, Mening, Persoonlijk | 7 Comments

Tags: ,

Het fabriekssysteem – een voorbeeld

Geplaatst op 13 april, 2010 

Op een productie afdeling werkt iemand aan een technische installatie. Het is een bijzondere installatie en nog nooit eerder zo gemaakt. Het ontwerp klopt niet helemaal en er zijn extra onderdelen nodig en improvisatie. Wat nu? De meneer die de installatie bouwt, besluit de onderdelen te gaan halen bij een technische groothandel op vijf minuten loopafstand. Bij terugkomst komt hem dit op een officiële waarschuwing te staan omdat hij zonder toestemming van zijn leidinggevende de deur uit was gegaan.

Op aangeven van de leidinggevende deelt het hoofd personeelszaken de waarschuwing uit en komt er een officiële notitie in het personeelsdossier. Om deze case compleet te maken: op het moment dat de onderdelen nodig waren, was de leidinggevende niet bereikbaar omdat hij in vergadering was.

Het gebeurde lang geleden maar er zijn maar zat bedrijven waar het nog steeds gebeurt. Het zijn dezelfde bedrijven waar het management klaagt over gebrek aan eigen initiatief en ondernemersgeest. Maar het fabriekssysteem is niet bedacht om eigen initiatief en ondernemersgeest te stimuleren. Het is bedacht om de regeltjes te volgen. Het is bedacht om van mensen vervangbare productie-eenheden te maken.

Sinds ik Seth Godin in Antwerpen heb horen spreken en zijn boek ‘Linchpin’ aan het lezen ben, kan ik een aantal dingen beter begrijpen. Zoals waarom kinderen al op jonge leeftijd leren binnen de lijntjes kleuren en toestemming vragen als ze naar de wc willen. De leidinggevende en het hoofd personeelszaken uit het voorbeeld zullen dat als kind voorbeeldig hebben gedaan.

Lees ook:

Bewaard onder Boeken, Mening, Ondernemen | 4 Comments

Tags: , , ,

Leren (doen wat je gezegd wordt)

Geplaatst op 12 april, 2010 

Op de terugweg naar huis na een inspirerend avondje Seth Godin in Antwerpen, had ik een overstap op station Roosendaal. Op het perron hoorde ik een vrouw iemand vragen naar de trein naar Vlissingen. De vrouw, nog steeds niet gerust over hoe ze in Vlissingen moest komen, liep verder.

Net toen ik het informatiebord wilde bekijken om mijn aansluitende trein richting Breda te checken, stond ze ineens achter me en vroeg naar de trein naar Vlissingen. Ik zocht op het bord en liet mijn vinger rusten bij haar trein. Ze keek nauwelijks met me mee maar wilde alleen maar horen op welk tijdstip en vanaf welk perron haar trein zou vertrekken. Ik gaf haar de informatie en weg was ze.

Seth’s woorden over hoe het onderwijs een rol heeft gespeeld bij het in stand houden en voeden van het fabriekssysteem, het systeem van instructies opvolgen, procedures volgen en doen wat je gezegd wordt, hadden die avond indruk op me gemaakt. Onderwijs is dus niet die nobele instantie die ik dacht dat het was (ja, ik erken ook dat er positieve uitzonderingen zijn). Eigenlijk heb ik dat altijd wel geweten maar om het voor mezelf te erkennen is toch andere koek. Ik heb het wel eventjes over zo’n 18 jaar van mijn leven. Wat het systeem vraagt, dat leveren de scholen: mensen die doen wat ze gezegd word.

In zijn boek ‘Linchpin’ zegt Seth Godin hierover:

“We’ve been trained to belief that mediocre obedience is a genetic fact for most of the population, but it’s interesting to note that this trait doesn’t show up until after a few years of schooling.”

De vrouw op het station wilde helemaal niet leren hoe het informatiebord werkt. Als ze mijn vinger had gevolgd had ze kunnen zien hoe ze het bord werkt.  Ze wilde alleen tijdstip en perron horen van een ander.

Ik dacht snel terug aan het voorbeeld dat Seth Godin eerder die avond gaf. Hij vertelde dat hij vanuit een vliegtuig dat gestrand was, via zijn laptop een huurauto bestelde. Het was slechts twee uur rijden en dan zou hij thuis zijn. Hij bood drie mensen in het vliegtuig aan om met hem mee te rijden. Niemand wilde met hem mee. Liever bleven ze in het vliegtuig zitten zodat ze de vliegmaatschappij de schuld konden geven als ze niet op tijd thuis zouden zijn.

De vrouw op het station kan mij de schuld geven als ze in plaats van Vlissingen in Amsterdam terecht is gekomen. Ik denk dat ze in Vlissingen is aangekomen en dat ze nog steeds niet weet hoe een informatiebord op het station werkt.

En dat is waarom het fabriekssysteem ten einde loopt, omdat er geen behoefte meer is aan mensen die alleen maar kunnen doen wat ze gezegd wordt. Er zijn mensen nodig die problemen kunnen op lossen en die zelf kunnen uitzoeken wat gedaan moet worden. En het goede nieuws is dat je alles wat je hebt afgeleerd weer kunt aanleren. En alles wat je hebt aangeleerd kun je weer afleren. En je hoeft er niet voor naar school. Godzijdank.

Lees ook:

Bewaard onder Boeken, Mening, Ondernemen, Persoonlijk | 8 Comments

Tags: , , ,

De dinosaurussen van deze tijd

Geplaatst op 9 april, 2010 

Ik probeer me voor te stellen wat er miljoenen jaren geleden omging in de dinosaurussen toen ze met bosjes het bijltje erbij neerlegden. Ik bedoel, op een gegeven moment ging er eentje dood en nog eentje, het werden er tien, honderd, duizend, honderdduizend en het ging maar door tot de laatste aan toe. Wat hebben de nog levende dinosaurussen gedacht en gedaan toen ze steeds meer dode soortgenoten zagen en een enorme lijklucht de atmosfeer vulde? Dat moet ze toch zijn opgevallen?

Dachten ze dat het probleem wel zou overwaaien? Klaagden en mopperden ze? Gaven ze andere diersoorten de schuld? Probeerden ze de boel in de doofpot te stoppen, met camouflagekleurige bodybags bijvoorbeeld zodat niemand de lijken zag? Richtten ze onderzoekscommissies op?

Ik denk dat de dinosaurus van toen zijn lot moedig heeft aanvaard zo van: ‘OK, we hebben miljoenen jaren geleefd en we hadden het goed. Aan alles komt een eind, let it be.’

De meest gangbare theorie over het uitsterven van de dinosaurussen is dat een meteorietinslag de oorzaak is geweest. Niet alleen de dinosaurussen maar alle landdieren zwaarder dan 5kg legden het loodje

Wat is precies de meteorietinslag geweest die de dinosaurussen van nu aan het wankelen brengt? Is de financiële crisis de meteoriet of zijn de financiële systemen de dinosaurus zelf? En welke zware landdieren zijn er nog meer aan het wankelen? Kerk, bedrijfsleven, politiek, onderwijs, media? Feit is dat de dinosaurussen van nu zijn heel wat minder moedig zijn dan de dinosaurussen van toen. Waardig sterven is een kunst.

De meeste dinosaurussen van toen wogen net zoveel als één of twee olifanten maar een stevige Argentinosaurus kwam overeen met het gewicht van maar liefst dertien olifanten. Afslanken tot 5kg had ze het leven kunnen redden maar zoveel jaren evolutie om dit voor elkaar te krijgen, had deze soort niet.

Maar er is goed nieuws voor de zwaargewichten van nu, de dinosaurussen van deze tijd. Door heel snel heel veel lichter te worden, kunnen ze het redden. Lichter worden door alles wat gebaseerd is op macht, manipulatie, leugens, uitbuiting en geweld los te laten.

Zo niet: bye bye dino’s.

Bewaard onder Actualiteit, Mening | 6 Comments

Tags: ,

← Vorige paginaVolgende pagina →