De taal van het reptielenbrein
Geplaatst op 6 april, 2010
In zijn nieuwste boek ‘Linchpin’ schrijft Seth Godin onder andere over het reptielenbrein, een stukje van onze hersenen dat ons saboteert. De sabotage activiteiten van het reptielenbrein zijn te herkennen aan de taal die het gebruikt zoals:
- Ik heb er geen talent voor
- Ik ben er te oud voor
- Ik heb er geen tijd voor
- Ik heb niks te vertellen
- Ik ben daar niet goed in
- Ik heb er geen zin in
- Ik kan het niet
- Ik ben er niet klaar voor
- Ik ben te onervaren
- Het is onmogelijk
- Het is niet realistisch
- Dat is voor mij niet weggelegd
Of allerlei varianten. Een bekende is zeggen dat je eerst x, y en z moet doen voordat je kunt doen wat je graag wilt. Als je graag wilt schilderen heb je niet eerst een compleet ingericht atelier nodig. Als je wilt schrijven heb je niet eerst een computer nodig.
Soms klinkt het reptielenbrein ronduit stoer zoals mensen die zeggen: ‘Motorrijden is niks voor mij want dan rij ik me echt helemaal dood’. Alsof ze de moed hebben om überhaupt motor te rijden. Maar die moed hebben ze niet. Het is het reptielenbrein dat praat en dat doodsbang is om zelfs maar rijlessen te nemen.
Ook oneliners uit de zwarte pedagogie zoals ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ en ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje’ behoren tot de taal van het reptielenbrein.
Telkens als je deze taal gebruikt, breng je een stukje van je eigen genie om zeep of het genie van een ander. We zijn getraind en gehersenspoeld om dit te doen zodat we beter in het systeem zouden passen omdat dit gediend is met vervangbare (middelmatige) mensen in plaats van met onmisbare (geniale) mensen.
Telkens als je deze taal gebruikt, dien je een systeem dat dood is. Als je goed luistert naar de berichten in de media kun je er de overlijdensadvertenties van het systeem in herkennen.
Lees ook:
Bewaard onder Boeken, Communicatie, Mening | 9 Comments
Tags: angst, linchpin, reptielenbrein, Seth Godin, taal
Wereldvrede is maar èèn ademhaling van ons verwijderd
Geplaatst op 25 maart, 2010
Vanochtend las ik op Jooper’s blog een prachtig geschreven en zeer herkenbaar verhaal over illusies en vooroordelen. Een verhaal zoals iedereen dat dagelijks in één of andere vorm overkomt: je ziet iemand, hoort iemand of ziet iets gebeuren en binnen een nanoseconde vormen zich oordelen.
Weerstand
Het doet me denken aan een conflict dat ik met iemand had. Het begon met een meningsverschil en groeide uit tot een conflict. Telkens als ik die persoon zag, hoorde of aan die persoon dacht, voelde ik weerstand die ik dan weer stapelde boven op de weerstand van de dag ervoor, de week ervoor en de maand ervoor. Wat er dan gebeurt, is wat ik verdichting noem: de weerstand neemt steeds vastere vormen aan tot deze ondoordringbaar wordt en zich een voedingsbodem vormt voor haat.
Haat
In zijn artikel ‘This is why some people hate you’ schrijft Farouk Radwan dat we andere mensen niet haten en ook niet het werk dat we doen of de taak die voor ons ligt, maar dat we de emoties haten die we ervaren in relatie tot die persoon, dat werk of taak. Met andere woorden, de bron van de haat ligt niet buiten ons maar in ons doordat we bepaalde gevoelens afwijzen. Gevoelens van stress, angst of machteloosheid bijvoorbeeld.
En dat is wat er gebeurde in het conflict dat ik had: ik voelde me machteloos omdat ik niet wist om te gaan met het meningsverschil. Ik wees mijn gevoel van machteloosheid af en projecteerde dat op die ander door er een enorme denkbeeldige asshole van te maken.
Verhalen
Hoe maak je van iemand een enorme asshole? Door jezelf een verhaal te vertellen over die ander en telkens als je die ander ziet of hoort een stukje aan dat verhaal toe te voegen. Op de vraag van Karin Ramaker ‘Wat zoek je?’ schreef ik haar onder andere het volgende:
Wat ik zoek zijn nieuwe verhalen, verhalen die me bekrachtigen in plaats van verhalen die me bang en machteloos maken.
Dit geldt dus ook voor de verhalen die ik mezelf vertel over anderen.
Aikido
In haar prachtige boek ‘The Practice of Freedom – Aikido Principles as a Spiritual Guide’ beschrijft Wendy Palmer de volgende oefening:
Pak twee voorwerpen van ongeveer dezelfde vorm en afmetingen maar verschillend in gewicht. Bijvoorbeeld een hamer en een schroevendraaier. Pak de hamer in je ene hand en de schroevendraaier in de andere hand. Hou je handen en armen ontspannen en voel het verschil in gewicht tussen beide voorwerpen. Begin vervolgens te knijpen tot al je spieren in handen en armen aangespannen zijn. Kun je dan nog steeds het verschil in gewicht voelen? Waarschijnlijk is het enige dat je nog voelt de spanning van je spieren omdat je het onderscheidingsvermogen bent kwijt geraakt het gewichtsverschil te voelen.
Als je, zoals ik in het voorbeeld van het meningsverschil, al je energie samentrekt rondom een bepaalde situatie, ben je niet meer in staat informatie te krijgen over deze situatie. Het opgeven van verzet en weerstand herstelt het vermogen om weer gevoelig te zijn voor de nuances van het hier en nu.
Tijdens Aikido training stelt Wendy Palmer zich voor dat haar trainingspartner een verlengstuk is van zichzelf, dat zij en haar partner twee conflicterende delen zijn van haarzelf, dat de persoon is die haar aanvalt in werkelijkheid zijzelf is die zichzelf aanvalt.
Vrede
De impact hiervan is naar mijn idee niet minder dan dat alle strijd en oorlog die we voeren een strijd en oorlog is tegen onszelf. En dat wereldvrede een feit is als we alle innerlijke verzet en weerstand hebben opgegeven en innerlijke vrede hebben.
Toen ik hier met iemand over sprak vroeg zij mij wat je er aan hebt dit te weten omdat je de eerste de beste keer dat je met een conflict geconfronteerd wordt toch weer in dezelfde valkuil stapt.
Een goede vraag. Alleen weten is niet genoeg maar net zoals bij Aikido denk ik dat dit een kwestie is van oefenen, oefenen en oefenen. Het leven is één grote dojo en elk conflict is een trainingspartner om mee te oefenen. Elke ademhaling is een kans om conflict en strijd in te ruilen voor harmonie en vrede. Wereldvrede is maar èèn ademhaling van ons verwijderd.
Maar de kracht van iets weten is dat als je eenmaal iets weet, je het nooit meer niet kunt weten. Als jij de deze blog hebt gelezen weet jij het nu ook 🙂
Bewaard onder Boeken, Mening, Persoonlijk | 7 Comments
Tags: conflict, Karin Ramaker, leven, oordelen, vrede, vrijheid
Het werkt als je weet dat je niet alles weet
Geplaatst op 22 maart, 2010
Wat een plezier heb ik te weten dat ik niet alles weet.
Een prachtig voorbeeld daarvan is het gesprek dat Michael Minneboo, Jooper en ik vorige week hadden over luisteren naar je partner. Geen van drieën had alle antwoorden of wist precies hoe je naar je partner moet luisteren. We hadden wel zo onze eigen ervaringen en door daarover uit te wisselen hadden we niet alleen een leuk gesprek (ja, we hebben ook gelachen), maar hebben we ook van elkaar geleerd.
En na dat gesprek hadden we nog steeds niet alle antwoorden. Ik besloot er een blogje over te schrijven en guess what? De blog trok een heleboel reacties aan van ervaringsdeskundigen, mannen en vrouwen, die ieder hun eigen inzichten en ervaringen deelden over het onderwerp. Van het resultaat zou ik zo een korte handleiding kunnen schrijven of een e-book.
Het grote voordeel van weten dat je niet alles weet, is dat het drempelverlagend werkt om erover te schrijven of anderen om hun input te vragen, het is veel productiever. En het grote voordeel daarvan is weer dat het resultaat (ik schrijf hier resultaat in plaats van eindresultaat omdat het resultaat van zo’n proces nooit ten einde is) zo enorm rijk en gekleurd is en dat het zo snel tot stand komt.
Als ik dat vergelijk met hoe er in veel bedrijven nog gewerkt wordt (eerst alles onderzoeken, analyseren en rapporteren, daarna uitgebreid vergaderen over het rapport en pas daarna en veel later een slap aftreksel van het oorspronkelijke idee ten uitvoer brengen), dan denk ik: WOW, wat gaan de dingen toch veel sneller en veel leuker als je begint te roeien met de riemen die je al hebt, dat wat je wel weet, ook al is het nog zo weinig.
Weten dat je niet alles weet is echt een zegen. Hoe meer je denkt te weten, hoe langzamer het leer- en groeiproces zich ontwikkelt. Dat is ook één van de redenen waarom jonge kinderen zo snel nieuwe dingen leren.
Ik ben blij met wat ik weet maar nog blijer dat ik weet dat ik niet alles weet. Door te weten dat ik niet alles weet houdt het reptielenbrein zich ook eerder koest.
Iedereen die heeft bijgedragen aan het artikel ‘Hoe luister jij naar je partner?’ : dank jullie wel.
Lees over het reptielenbrein ook:
Bewaard onder Mening, Ondernemen, Oplossingsgericht werken | Reageer
Tags: leren, Michael Minneboo, reptielenbrein
Kun je wel verliefd zijn OP iemand?
Geplaatst op 12 maart, 2010
Petra maait met haar reactie op de vorige blogpost zowat het gras voor mijn voeten weg met de vraag: kun je wel verliefd zijn OP iemand? Ik begeef me nu op glad ijs maar doe het toch. Nee, je kunt ook niet verliefd zijn op iemand.
We zeggen in ons taalgebruik: ‘Ik ben boos op jou’ omdat we de overtuiging hebben (vaak onbewust) dat de ander de oorzaak is van onze boosheid. Zo zeggen we ook: ‘Ik ben verliefd op jou’ omdat we de overtuiging hebben (eveneens vaak onbewust) dat de ander de oorzaak is van de liefde die we ervaren. We maken dan de ander tot bron van die liefde. Zo’n bron moet veroverd worden, beheerst en gecontroleerd om verzekerd te blijven van die liefde: vroeger of later een effectief recept voor relatieproblemen.
Maar net zo min als een ander de bron is van de boosheid die je voelt, is een ander de bron van de liefde die je ervaart. Die bron van liefde ben je zelf en de ander waar je verliefd op bent, fungeert als spiegel voor die bron. Die liefde ligt niet buiten jezelf bij een ander maar in jezelf. Die ander helpt je alleen maar die liefde in jezelf te ervaren door deze naar je terug te spiegelen. Als je dat weet hoef je de ander ook niet te veroveren, te beheersen en controleren.
Ik zou nog een nieuwe blogpost kunnen schrijven over of je teleurgesteld kunt zijn IN iemand. Nee, dat kun je niet. Teleurstelling heeft niks met de ander te maken maar alles met je eigen verwachtingen. Met je verwachtingen creëer je je eigen teleurstellingen. De ander helpt je alleen maar aan te tonen dat je verwachtingen niet klopten.
Lees ook: Je bent nooit boos OP iemand
Bewaard onder Communicatie, Mening | 12 Comments
Je bent nooit boos OP iemand
Geplaatst op 11 maart, 2010
Je kunt je boos voelen variërend van een gevoel van lichte irritatie tot kokende woede. In ons taalgebruik zeggen we dan dat we boos zijn. Waarom zeggen we dat we boos ZIJN in plaats van dat we ons boos VOELEN? Boosheid is toch een gevoel?
Boosheid als gevoel lijkt iets anders te zijn dan bijvoorbeeld schrik als gevoel. Als je schrikt dan is dat gevoel van schrik er ineens en het is ook zo weer weg. Gevoelens komen en gevoelens gaan, het is e-motie: energy in motion (energie in beweging).
Met boosheid lijkt toch iets anders aan de hand. Je kunt minuten, uren, dagen boos zijn, sommige mensen zijn het zelfs hun hele leven lang. Ze voelen geen boosheid, ze zijn het gewoon. Boosheid is een staat van zijn en met je gedachten en overtuigingen kun je deze staat van zijn voeden en in stand houden, net zolang tot je echt genoeg hebt van steeds weer diezelfde ‘boosmakende gedachten en overtuigingen’ en dan is de boosheid ook zo voorbij.
Je kunt dus echt boos ZIJN in de zin van dat je in een staat van boosheid verkeert. Als ik me boos voel zeg ik liever: ‘Ik voel me boos’ dan: ‘Ik ben boos’ want als ik zeg: ‘Ik ben boos’ lijkt het wel of ik mijn boosheid bekrachtig en mijn boosheid verder toeneemt. Ik gooi dan als het ware een extra houtblok op het vuur.
Behalve dat we in ons taalgebruik zeggen dat we boos zijn in plaats van dat we ons boos voelen, zeggen (of denken) we ook dat we het op een ander zijn: ‘Ik ben boos jou jou’. De ander als oorzaak van de boosheid.
Maar de oorzaak van boosheid ligt nooit bij een ander. Meestal is de oorzaak van boosheid een goed/fout gedachte of overtuiging in de zin van: wat hier gebeurt mag niet gebeuren, het is fout wat er gebeurt. Een oordeel over en ontkenning van de realiteit.
Je kunt dus nooit boos zijn OP iemand ook al schreeuwt je hele lijf het letterlijk en figuurlijk uit dat het wel zo is. Als je jouw boosheid en de oorzaak ervan op een ander projecteert door te zeggen: ‘Ik ben boos op jou’, dan maak je van jezelf een slachtoffer en van de ander een dader. Zie daar in een conflictsituatie nog maar eens uit te komen. En moet je eens opletten wat er met je gebeurt en hoe je je voelt telkens als je die ander ziet of aan die ander denkt.
Credits: deze blog is ontstaan uit een uitwisseling met Petra Maartense (zie ‘Gevoelens als estafettestokje’). Petra blogt op ‘De vliegende schildpad’
Bewaard onder Communicatie, Mening | 17 Comments
Tags: boosheid, gevoelens, Petra Maartense, taal
Gevoelens als estafettestokje
Geplaatst op 9 maart, 2010
Gevoelens lijken soms wel op een estafettestokje. De één zegt: hier heb jij het stokje, neem het van me aan want jij bent er verantwoordelijk voor. De ander zegt: geef mij dat stokje, ik neem het van je over want ik ben er verantwoordelijk voor.
Jij geeft mij het gevoel dat…
Dit is typisch een uitspraak van iemand die zijn/haar estafettestokje maar al te graag uit handen geeft om er een ander verantwoordelijk voor te maken: wat ik voel is jouw verantwoordelijkheid. Deze vorm van het doorgeven van het estafettestokje hoor ik regelmatig. Vooral songwriters zijn er dol op maar ook in films en in het dagelijks leven hopt het stokje op deze manier gemakkelijk van de één naar de ander.
Ik geef jou het gevoel dat…
Deze versie hoor ik niet zo vaak. Hij viel me laatst op toen ik hoorde zeggen: ‘Fijn dat ik jou een gerust gevoel heb kunnen geven’. Het is een uitspraak van iemand die het estafettestokje graag uit handen van een ander neemt om er zelf verantwoordelijkheid voor te nemen: wat jij voelt is mijn verantwoordelijkheid.
Hou je eigen stokje vast want:
- Wat jij voelt is van jou en jij bepaalt wat je ermee doet.
- Wat ik voel is van mij en ik bepaal wat ik ermee doe.
Ter verdediging van dat gedoe met dat estafettestokje hoor ik wel eens zeggen dat die dingen nu eenmaal zo gezegd worden in onze taal. Maar het heeft niks met taal te maken maar met de onderliggende overtuigingen, de taal fungeert alleen als boodschapper.
Bewaard onder Communicatie, Mening | 13 Comments
Tags: gevoelens, overtuigingen, taal
Je bent al wie je wilt zijn
Geplaatst op 15 februari, 2010
Heb je vorige week Jooper’s dappere blogpost gelezen over zijn ‘afvalrace’? Even doen als je wilt…..
Hij schreef daarin dat hij zich tot mei de tijd geeft zichzelf te transformeren tot de god die hij ooit was. Als reactie schreef ik op zijn blog:
Het is net als wat Michelangelo zei over beeldhouwen: je hoeft het beeld alleen maar uit het marmer te hakken want het beeld zit er al in. Die jonge god die je wilt zijn zit er ook al 🙂
Ik weet niet hoe Michelangelo het letterlijk heeft gezegd maar op Internet vond ik de volgende quote van hem: ‘Every block of stone has a statue inside it and it is the task of the sculptor to discover it’. Met andere woorden: het beeld zit al in het stuk steen, je hoeft het er alleen maar uit te bevrijden.
Ik denk dat wat Michelangelo zei over beeldhouwen en wat ik Jooper schreef over afvallen, ook een manier is om tegen persoonlijke transformatie en persoonlijke groei aan te kijken. Je hoeft niet iemand anders te worden, je hoeft alleen maar wie je wilt zijn te bevrijden uit wie je nu bent, wie je wilt zijn is al aanwezig in wie je nu bent.
Maar wat is dan, om de metafoor van Michelangelo nog wat verder door te trekken, het steen dat je moet weghakken om het beeld te bevrijden? Wat je moet weghakken zijn je beperkende gedachten en overtuigingen. Loslaten is eigenlijk een vorm van beeldhouwen om wie je wilt zijn te bevrijden uit wie je denkt nu te zijn. Als je alle beperkende gedachten en overtuigingen over jezelf weet los te laten, vallen de overtollige stukken steen vanzelf van je af en wat over blijft is wie je wilt zijn.
Droom je wel eens over wie je zou willen zijn? Denk dan aan de woorden van Walt Disney: ‘If you can dream it, you can do it’.
Bewaard onder Mening | 13 Comments
Tags: groeien, loslaten, veranderen
Centrale deurvergrendeling
Geplaatst op 2 februari, 2010
Centrale deurvergrendeling? Waar gaat dit nou weer over? Als je in de toekomst kon kijken, zou je zien dat ‘Centrale deurvergrendeling’ de naam is van nieuwe wetgeving die later dit jaar een eind maakt aan onze nationale hulpeloosheid.
Want wat zijn we toch een hulpeloos clubje geworden zeg. Ik bedoel de media berichtgeving over de winter. Wist jij dat de winter zo gevaarlijk kon zijn? Nou, ik niet en elke dag hoor en lees ik erover. En daarom grijpen de wetgevers later dit jaar hard in met de wet ‘Centrale deurvergrendeling’.
Je kent dat systeem vast wel van je auto: je drukt op een knopje van de afstandsbediening en alle deuren van je auto gaan automatisch op slot.
Alle huizen in Nederland krijgen later dit jaar een elektrisch deurslot dat is aangesloten op een landelijk systeem. Het knopje waarmee dit landelijk systeem kan worden bediend, bevindt zich bij het KNMI. Als het KNMI denkt dat het gevaarlijk weer wordt (regen, sneeuw, ijs, kou, warmte, wind), dan kan het met één druk op de knop alle voordeuren in Nederland vergrendelen. Alle voordeuren op slot zodat we met z’n allen veilig binnen moeten blijven.
Er zullen kamervragen komen waarom de put pas wordt gedempt als het kalf verdronken is. Er zullen aanvullende maatregelen worden geëist zoals goed gevulde dekenkisten bij elke praatpaal en verplichte survival training op de Noordpool als onderdeel van het inburgeringstraject. En er zal een denktank komen die gaat studeren op het overkappen van heel Nederland.
Vandaag ga ik er op de fiets weer doorheen, door de sneeuw en gladheid, automobilisten trotserend die geen rekening houden met fietsers. Hopelijk kom ik vanavond veilig thuis. Heeft het lot andere plannen met mij, dan wil ik op mijn grafsteen het weerbericht van vandaag gegraveerd. Ter herinnering aan hoe wreed het weer kan zijn. Zie het maar als nationale waarschuwing.
Bewaard onder Actualiteit, Mening | 6 Comments
