Op je bek gaan en weer opkrabbelen

Geplaatst op 27 October, 2011 

opkrabbelen teaser from Marco Raaphorst on Vimeo.

Ja, ik ben wel eens op mijn bek gegaan. Meerdere keren zelfs in letterlijke en figuurlijke zin. Op onze bek gaan doen we individueel en, als ik de berichten zou geloven over de wereldwijde crisis, collectief.

Op je bek gaan leidt, als je een beetje van jezelf houdt en om jezelf geeft, een rouwproces in. Een ander woord voor dit rouwproces is opkrabbelen. Opkrabbelen betekent niet dat je weer opstaat en net doet alsof er niets is gebeurd. Voor werkelijk opkrabbelen is heel wat meer moed nodig, de moed om door een rouwproces te gaan.

Op je bek gaan geeft helderheid over wat je te doen staat: opkrabbelen.

Volgende maand komt het boek ‘Opkrabbelen‘ uit van Karin Ramaker. Ik ben er zelf ook reuze benieuwd naar.

Credits: de ‘teaser-video’ is gemaakt door Marco Raaphorst. De andere twee meeschrijvers uit de video vind je hier: Marieke Sweens en Katja Linders.

Lees ook: Vallen en weer opstaan is wat ons tot mensen maakt

Bewaard onder Boeken, Mening | Reageer

Tags: , , ,

Levenskunst

Geplaatst op 12 May, 2011 

Levenskunst is een prettig klinkend synoniem voor de kunst om te rouwen.

Bewaard onder Mening | 2 Comments

Tags: ,

Om te vergeven moet er iets kunnen sterven

Geplaatst op 9 May, 2011 

Ik ben een groot fan van het werk van Brene Brown op het gebied van schaamte en kwetsbaarheid (soms zou ik ook willen dat ik haar werk nooit had gevonden want het is confronterend materiaal maar dat is een ander verhaal). Van het begrip ‘vergeven’ ben ik een minder groot fan omdat het een ‘kerkelijke lading’ draagt en omdat het een vorm van oordelen impliceert.

In één van haar interviews vertelt Brene Brown wat een deken van de kerk die zij bezoekt, haar heeft verteld over vergeving:

In order for forgiveness to really happen, something has to die. (….) Whether it is your expectations of a person, there has to be a death for forgiveness to happen.

Brene Brown vraagt zich af waarom vergeving in onze cultuur zo moeilijk is en zegt hierover:

Because there is two affects or emotions in my research that I found that people fear the most and it is shame and grief. And so, if something has to die in order for forgiveness to happen, and people are deathly afraid to feel grief,  then we won’t forgive anybody (….)

Ik ben dan ook wat sceptisch als ik mensen nogal gemakkelijk hoor praten over vergeving.

Lees ook:

Bewaard onder Citaten | Reageer

Tags: , ,

Herinneringen en de emotionele wond

Geplaatst op 18 November, 2010 

Soms heb ik tijdens het schrijven al in de gaten dat ik om de hete brij heen draai. Dan maak ik als het ware omtrekkende bewegingen om toch vooral maar niet te dicht in de buurt van het onderwerp te komen. Het resultaat is dan meestal een verhaal dat zo abstract is dat het niet landt.

Gisteren cirkelde ik als het ware vanuit vogelvlucht om het onderwerp ‘herinneringen’ heen en durfde niet te dicht in de buurt te komen. Ik schreef maar een dotje over dat je herinneringen kunt gebruiken om behoeften in het hier en nu te herkennen en erkennen. Ach, het zal wel maar dat doet geen mens.  Stel je voetbalcluppie doet het niet meer zo best en met heimwee kijk je terug naar die gloriejaren. Welke supporter zegt dan: ‘hé, ik heb heimwee naar het plezier dat ik toen in voetbal beleefde, laat ik eens kijken wat ik nu kan doen om voor mijn behoefte aan plezier te zorgen’.

Nee, waar ik het gisteren eigenlijk over wilde hebben zijn de herinneringen die een gevoelscocktail oproepen van melancholie en pijn. Je kent die cocktails vast wel, ze zijn te herkennen aan het filter dat ze ineens over je realiteit heen leggen. Alles wat er om je heen gebeurt komt ineens heel anders binnen.

Ik noem het de emotionele wond, de wond die is ontstaan door bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare, het verlies van een baan of het beëindigen van een relatie. Wat je ook doet, zo’n wond blijft altijd een gevoelig plekje. Als het even aangeraakt wordt via een herinnering is het weer AUW!.

Kan zo’n wond genezen en helen? Het goede nieuws is ja, dat kan. Het minder goede nieuws is dat het misschien een heel leven duurt of zelfs meerdere levens. Rouwen is een kwaliteit die we in onze emotioneel disfunctionele maatschappij maar nauwelijks kennen. Heb je een dierbare verloren? Geen probleem hoor als je over één, hooguit twee dagen, maar weer aan het werk bent want het leven gaat gewoon door hoor.

Rouwen is een kunst geworden en wie die kunst een beetje emotioneel gezond beoefent, heeft doorgaans ook het gelukkigste leven. Rouwen is een proces en met processen weet je nooit hoelang ze duren. Telkens als je voelt dat de emotionele wond is geraakt en nog pijn doet, weet je dat er nog wat te rouwen valt.

Sommige culturen hebben rituelen om transities te eren (rouwen en vieren). De transitie van jongen naar man, van meisje naar vrouw, de geboorte van een kind, de sterfte van een dierbare. Wij hebben die rituelen al lang niet meer omdat we dat in onze door linker hersenhelften gedomineerde maatschappij maar flauwekul vinden en primitief. En de culturen die nog wel rituelen hebben om transities te eren op manieren die emotioneel gezond zijn, die noemen wij nota bene primitief.

Wat volgens Eckhart Tolle werkt, is om de pijn van de emotionele wond, of van het pijnlichaam zoals hij het noemt, waar te nemen zonder erover te oordelen. Elke keer als je dat doet, heelt de wond een stukje en neem je iets van de kracht weg van het pijnlichaam.

Sommige traditionele rituelen zijn gelukkig ook hier in het Westen nog beschikbaar. Zo heb ik anderhalf jaar geleden meegedaan aan een traditionele zweethut ceremonie. Het werkt, het helpt. Wat ook helpt, is je eigen rituelen bedenken. Ik schrijf bijvoorbeeld graag briefjes als ik aan het rouwen ben en die briefjes gaan heerlijk knisperend in de fik op de vuurkorf. Soms begraaf ik ze of breng ze naar zee, het ligt er maar aan waar ik voor in de stemming ben.

Bij één van de trainingen geweldloze communicatie werd rouwen het vieren van verlies genoemd. Het woord rouwen klinkt op zich al niet fijn, rouw klinkt als rauw. Maar vieren van verlies….  Ach, het doet de pijn niet verdwijnen maar het klinkt net iets luchtiger dan rouwen.

Bij sommige stammen is het aanbrengen van littekens onderdeel van het ritueel van volwassen worden of is het een vorm van lichaamsversiering. Van rouwen kun je dus best mooi worden 🙂

Bewaard onder Mening, Persoonlijk | 10 Comments

Tags: , , , , , , , ,

Geen schuld, wel verantwoordelijk

Geplaatst op 1 April, 2010 

In deze blogpost wil ik graag een comment in the picture zetten dat bijzonder van toepassing is op de serie artikelen  ‘Hoe kom ik van codependency af?’. In zijn reactie op het derde deel uit deze serie schreef Marco Raaphorst het volgende:

We leren onze kinderen dat als je iets van een ander stukmaakt jij het zelf weer moet repareren, maar die vlieger gaat niet altijd op. Zit je het toch weer zelf te doen. Nou, dan kun je er maar het beste een beetje bij gaan fluiten of zo.

Wat zit hier een hoop waarheid in, niet alleen voor mensen die hun emotionele codependency wonden willen helen, maar voor iedereen die iets te repareren heeft dat hij/zij niet zelf stuk heeft gemaakt.

Als je door een niet oplettende automobilist van je fiets wordt gereden en je breekt daarbij een been, dan heb je geen enkele schuld aan het ongeval of aan het gebroken been. Je draagt echter wel de verantwoordelijkheid voor het herstel van je been en de revalidatie en dat kan  soms best hard werken zijn aan iets waar je geen enkele schuld aan hebt.

Zo is het met heling van codependency ook: je hebt geen enkele schuld aan het ontstaan ervan maar hebt wel de verantwoordelijkheid voor de heling en het herstel. En ook dat kan soms hard werken zijn, emotioneel werk gaat je niet in de koude kleren zitten.

Als dat op momenten gevoelens van boosheid en woede oproept omdat jij al dat werk moet doen terwijl je aan het ontstaan ervan geen enkele schuld hebt, dan is dat heel normaal. Het is zelfs heel gezond om die gevoelens te voelen en het voelen van al die boosheid en woede zal het helingsproces zeker ten goede komen.

Een helingsproces heeft veel weg van een rouwproces dat volgens Elisabeth Kübler-Ross uit een aantal fasen bestaat: ontkenning, boosheid, onderhandelen en vechten,  depressie en uiteindelijk aanvaarding. Boosheid is een normaal onderdeel van het rouwproces en ook van het helingsproces.

In de serie ‘Hoe kom ik van codependency af?’ verschenen tot nu toe drie delen:

Credits: deze blogpost heb ik te danken aan Marco Raaphorst. Marco blogt op http://marcoraaphorst.nl/  en twittert op http://twitter.com/raaphorst

Bewaard onder Codependency | 2 Comments

Tags: , , , , ,

Het meest achterlijke oordeel aller tijden: stout

Geplaatst op 29 March, 2010 

Sinds een tijdje zegt mijn dochter: ‘tout, tout, tout’. Ik denk, laat ik beginnen bij het begin en dat is de ontkenningsfase: ze bedoelt het Franse woordje ‘tout’ en spreekt dat op z’n Nederlands uit. Ja toch?

Ontkenning en boosheid

Maar aan alles komt een eind en ook aan de gelukzalige ontkenningsfase. Ze bedoelt stout. Ze heeft een nieuw woord geleerd, uitgerekend een woord dat ik nooit gebruiken omdat ik het verafschuw. Zul je altijd zien dat ze het dan ergens anders leert en het woord alsnog zijn intrede doet in huis.

Ik voelde me boos kan ik je zeggen. Boos omdat ik graag wil dat het meest achterlijke oordeel aller tijden (en dat is ook een oordeel) haar bespaard blijft. Boos omdat als ik er met andere mensen over praat, ik dan als  antwoord krijg dat stout nou eenmaal overal in de maatschappij wordt gebruikt en onze maatschappij nou eenmaal zo is.

Zo is onze maatschappij nou eenmaal

En dat vind ik wel zo’n ongelooflijke dooddoener: zo is onze maatschappij nou eenmaal. Als we onze maatschappij als uitgangspunt nemen dan kunnen we maar beter meteen ophouden te bestaan. Oorlog? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Criminaliteit? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Armoede? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Vervuiling? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal.

Negeren of erover praten?

Eerst riep ze alleen maar ‘tout, tout, tout’ en sinds een paar dagen  roept ze ‘papa tout’.

Mijn eerste strategie was om er niet op in te gaan. Toen ze er weer mee begon toen ze naast me op de bank zat, besloot ik het haar te vragen: ‘Als jij tout zegt, bedoel je dan stout?’. ‘Ja’ zei ze. ‘Wil je horen wat dat woord met mij doet?’ vroeg ik haar. Weer zei ze ‘ja’.

Ik nam even tijd voor ademhaling, voelde diep van binnen hoe ik me voel als ik het woord stout voor de geest haal en ontdekte dat ik me helemaal niet boos voel maar verdrietig. Ik had echt verbinding met het gevoel van verdriet en met haar, ze was één en al aandacht.

‘Als ik het woord stout hoor voel ik me verdrietig omdat ik…. ‘ En in plaats van dat ik even mijn mond hield om gewoon bij mijn gevoel en in verbinding te blijven, schoot ik in mijn hoofd en wilde gaan vertellen. Ver kwam ik niet want bij de tweede zin begon ze een liedje van K3 te zingen.

Er zit natuurlijk wel iets van waarheid in dat woorden als stout nou eenmaal in de maatschappij worden gebruikt en wel in die zin dat ik geen cordon sanitaire kan aanleggen rondom iedereen die het woord stout gebruikt.

Maar wat is stout eigenlijk? Wanneer noemen we iets of iemand stout?

Om te beginnen maak ik onderscheid tussen iets stouts doen en stout zijn. Iets stouts doen is simpelweg iets doen waarvan een ander wil dat je het niet doet. Een ouder wil graag dat een kind van de knopjes van de tv afblijft en het kind doet het toch. Aan de knopjes zitten wordt dan stout genoemd. Stout is in zo’n geval een oordeel over het gedrag, over het aan de knopjes zitten.

Maar vaak ook wordt niet het gedrag stout genoemd, maar het kind zelf: ‘jij bent stout’. Ook dit is een oordeel maar nu niet over het gedrag maar over het kind zelf, over het wezen van het kind. Elke zin die begint met de woorden ‘Ik ben…’ of ‘Jij bent…’ is uitkijken geblazen en bij kinderen geldt dat in het bijzonder.

Maar waarom zou je het gedrag of het kind stout noemen? Als je er vanuit behoeften naar kijkt, handelt het kind vanuit autonomie behoefte. Dezelfde autonomie behoefte van waaruit een automobilist beslist om op de snelweg geen 120 maar 130 kilometer per uur te rijden.

Natuurlijk wil je als ouder dat je kind bepaalde dingen niet doet, bijvoorbeeld omdat je wilt dat het kind veilig is. Ik zeg: vertel het er dan bij! Mijn dochter springt graag op de bank. Heerlijk vindt ze dat en het is een plezier haar te zien genieten als ze op de bank springt. Maar ze mag alleen op de bank springen als ik er naast zit. Als ik in de keuken ben, mag ze niet op de bank springen. Elke keer als ze toch probeert om op de bank te springen als ik niet naast haar zit, zeg ik haar waarom ik dat niet wil: omdat ik graag wil dat ze veilig is. En ik vertel haar ook het alternatief erbij, bijvoorbeeld: ik wil dat je even wacht tot ik naast je zit.

Er is niks stouts aan om te proberen op de bank te springen als ik er niet bij ben. Zij heeft haar behoefte aan spelen, bewegen en plezier en ik heb mijn behoefte aan veiligheid. Zij zorgt voor haar behoeften door bijvoorbeeld te springen en ik voor de mijne door ervoor te zorgen dat ik naast haar zit terwijl ze springt.

Gedrag kan wel consequenties hebben

Als je vanuit je autonomiebehoefte 130 over de snelweg rijdt kan de consequentie zijn dat je een bekeuring krijgt. Als mijn dochter keer op keer probeert op de bank te springen terwijl ik in de keuken bezig ben, kan de consequentie zijn dat ik omwille van de veiligheid besluit haar van de bank te halen. Als ik dat doe, vertel ik haar erbij waarom ik het doe. Maar is zij dan stout? Nee.

Nu zij het woord stout heeft geleerd noemt ze mij stout als ik niet doe wat zij wil. Dat heeft ze van andere volwassenen geleerd: als en kind de wil van de volwassene niet volgt, is het kind stout. Kinderen die dit leren noemen volwassenen (en ook andere kinderen) die de wil van het kind niet volgen daarom ook stout.

Op weg naar acceptatie

Zoals ik aan het begin van deze blog schreef is aan mijn ontkenningsfase een eind gekomen. Ik kan niet langer ontkennen dat mijn dochter een woord gebruikt dat ik verafschuw. Maar net zoals in een rouwproces kan ik nog niet helemaal accepteren dat ze dat woord van anderen heeft geleerd. Ik wil accepteren dat, ook al doe ik nog zo mijn best haar iets te leren of juist te besparen, er altijd  andere mensen en situaties zullen zijn waar ik geen invloed op heb.

Het accepteren van verlies of iets pijnlijks is een rouwproces en bestaat volgens Elisabeth Kübler-Ross uit een aantal fasen:  ontkenning, boosheid, onderhandelen en vechten,  depressie en uiteindelijk aanvaarding. Fasen die elkaar in de praktijk natuurlijk niet lineair opvolgen maar die kris kras door elkaar kunnen lopen. .

De weg naar acceptatie vraag ik mezelf af of ik niet overbeschermd handel door het woord stout bij haar vandaan te willen houden. Mijn dochter is natuurlijk geen kasplantje dat na het eerste de beste keer dat iemand ‘stout’ zegt, wordt weggeblazen. Tegelijkertijd heb ik als ouder wel een verantwoordelijkheid als ik het gebruik van geweld herken, ook als het bijvoorbeeld om verbaal of emotioneel geweld gaat. Acceptatie houdt voor mij ook in dat ik onderscheid maak tussen wat ik wel en niet kan veranderen. Mezelf kan ik veranderen, andere mensen niet.

Wat kan ik doen? Doorgaan met het niet gebruiken van het woord stout. Doorgaan met haar vertellen waarom, vanuit welke behoefte, ik iets wel of niet wil. Doorgaan met afstemmen op haar behoeften. Doorgaan met zoeken naar mogelijkheden dat zij haar behoeften kan vervullen en ik de mijne. Doorgaan met nieuwsgierig zijn, ook als ze het over stout heeft. Doorgaan met bewustzijn en voelen van hoe een woord voor mij klinkt. Doorgaan met haar te blijven praten.

Wat wil ik leren? Een heleboel want ik wil een lerende ouder zijn. Wat ik vooral wil leren is  dat als ik met haar in gesprek ben, ik in verbinding blijf met mijn gevoel. Kinderen staan in mijn beleving niet te springen om die verhalen uit het hoofd maar om de verhalen vanuit het gevoel.

En als iemand in mijn aanwezigheid mijn dochter of haar gedrag stout noemt, dan zal ik teruggeven wat dat met me doet en hoe ik het anders wil en waarom.

Je bent lief

De keerzijde van ‘Je bent stout’ is: ‘Je bent lief’. Ook daar valt veel over te zeggen maar dat is voor een andere keer. Lees  over het belonen en straffen van kinderen het artikel ‘Complimenteren‘ en kijk vooral naar de twee korte filmpjes van Alfie Kohn.

Bewaard onder Communicatie, Persoonlijk, vaderschap | 10 Comments

Tags: , , , , ,

Als je een droom hebt kun je alleen maar slagen – deel 2

Geplaatst op 23 February, 2010 

…. Dat moment, het verlies van mijn kinderdroom, moet het moment zijn geweest dat ik, om met Paulo Coelho te spreken, onbewust ben gestopt met groeien. Vanaf dat moment geen dromen en ambities meer. No way. (Uit: ‘Als je een droom hebt kun je alleen maar slagen – deel 1).

Maar ik zou mezelf tekort doen als ik niet zou erkennen dat mijn studie me ook veel positiefs heeft gebracht: vrienden, werk, geld, succes, erkenning, waardering, creativiteit en inspiratie. Precies de dingen die ik als kind graag wilde toen mijn oom overleed en ik mijn droom begon. Het zag er alleen anders uit dan ik me had voorgesteld. Het zag er niet uit als het sprookje  dat ik er als kind van had gemaakt maar als het succes zoals dat er in het echte leven uit ziet.

Ik had niet gefaald in het waarmaken van mijn allergrootste droom. Ik had mijn allergrootste droom waargemaakt. Ik had het voor elkaar gekregen en was geslaagd.

Ik heb op Paulo Coelho’s blog de precieze tekst opgezocht waar ik in deel 1 van deze blog naar verwees:

According to the magical practices of the witchdoctors in the North of Mexico, there is always an event in our lives that is responsible for our having stopped making progress. A trauma, a particularly bitter defeat, disappointment in love, even a victory that we fail to quite understand, ends up making us act cowardly and incapable of moving ahead. The witchdoctor, trying to connect with the occult powers, first of all needs to get rid of this “accommodating point”. To do so, he has to review our life and discover where this point lies.

Bron: ‘The accommodating point

‘….even a victory that we fail to quite understand…. Ik was verbijsterd toen ik het las.

‘Victory’ was mijn droom die er weliswaar na realisatie helemaal anders uitzag dan ik me had voorgesteld, maar die ik wel had gerealiseerd. Ik dacht dat ik had gefaald maar was geslaagd. Ik had mijn ‘victory’ niet begrepen.

En zo heb ik mijn ‘accommodating point’ ontekt.

Als je een droom hebt, al is deze nog zo groot, en je gaat ermee aan de slag, kun je alleen maar slagen. Falen is uitgesloten. Falen bestaat niet. Het ergste wat je kan overkomen is dat je succes er anders uitziet dan je in gedachten had.

Wat helpt is successen vieren en rouwen over de teleurstellingen. Successen die niet zijn gevierd en teleurstellingen waar niet over is gerouwd, kunnen de energiebron, de batterij worden waar de angst voor succes en de angst om te falen zich mee voeden.

Elektrotechniek is wat dat betreft maar een eenvoudig vak: je trekt de stekker uit het stopcontact en de stroom loopt niet meer.  Het ontdekken van het ‘accommodating point’ heeft hetzelfde effect. Alles wat je onder ogen ziet verliest zijn kracht.

Bewaard onder Citaten, Persoonlijk | 19 Comments

Tags: , , , , , ,

Angst voor verlies – deel 2

Geplaatst op 9 February, 2010 

Na de cliffhanger waarmee ‘Angst voor verlies – deel 1‘ gisteren afsloot, volgt hier de ontknoping.

Ik dacht terug aan die muts. Het had me verbaasd hoe graag ik hem terug wilde hebben en wat het verlies ervan met me deed. Ik was bereid geweest 15 kilometer extra te fietsen om die muts terug te vinden. Het was toch maar een muts en toch……  Ik was iets verloren en dat deed wat met me.

Faalangst, zelfsabotage, weerstand en meer van dat soort ‘duistere innerlijke subroutines’ zullen best een rol spelen bij het schrijfproces, maar wat hier nog dieper onder ligt, is de angst voor verlies. Angst voor verlies levert de brandstof voor zelfsabotage en weerstand en kan er  aan de buitenkant uitzien als faalangst. Het is vaak niet de angst om te falen maar de angst  iets te verliezen die de boel blokkeert.

Als je langere tijd een plan hebt, een verlangen, een droom, dan bouw je daar een heel verhaal omheen zoals ideeën en beelden over hoe het er in werkelijkheid uit zou zien. Met zo’n verhaal bouw je als het ware een relatie op: je staat ermee op en gaat ermee naar bed 🙂

Je gaat aan de slag om je plan, verlangen of droom te laten uitkomen. Dat gaat een tijdje voorspoedig tot het op een gegeven moment serieus wordt en het plan, verlangen of droom daadwerkelijk op weg is naar realisatie. Dat is zo’n beetje het punt waarop een raket de aantrekkingskracht van de aarde nog voelt maar ook de gewichtloosheid van de ruimte. De raket kan twee kanten op: terug naar aarde vallen of nog wat extra kracht gebruiken om aan de aantrekkingskracht van de aarde te ontsnappen en te zweven in de gewichtloosheid.

Op dat cruciale punt van bijna-realisatie beginnen sabotage en weerstand harder te duwen en te trekken. Ik heb me lange tijd afgevraagd wat daarvan het nut is, ervan uitgaande dat alle gedrag, hoe zinloos het er ook uitziet, een bedoeling heeft.

Sabotage en weerstand hebben een beschermende functie, ze beschermen tegen de angst voor verlies. Het verlies dat zou ontstaan als het plan, verlangen of droom werkelijkheid wordt. Eenmaal werkelijkheid is er het verlies. Het verlies van het plan dat niet langer een plan is. Het verlies van het verlangen dat niet langer een verlangen is. Het verlies van de droom  die niet langer een droom is. Het verlies van het verhaal, de ideeën en beelden  Het verlies van de relatie met het verhaal.

En natuurlijk komt er voor dat verlies van alles in de plaats. Er komen ook weer nieuwe plannen, verlangens en dromen. Maar die relatie met dat ene plan, verlangen of droom is weg, voor altijd.

Alles verandert, alles is tijdelijk. En als je een leven lang van alles hebt verloren mag je aan het eind van de rit ook je eigen leven verliezen.

Leven is leren omgaan met verlies. Wij hebben in onze westerse cultuur niet de ceremonieën om op een emotioneel gezonde manier verliezen te vieren. We nemen er ook niet de tijd voor,  ‘mogen’ een dag, hooguit een week rouwen en ‘moeten’ dan weer overgaan tot de orde van de dag. We stapelen verlies op verlies zonder echt te voelen en te verwerken.

En daarom kan het minste of geringste verlies de angst voor verlies triggeren.

Wat betekent dit voor mijn schrijfproces?

‘When you want something, the whole Universe conspires to help you realize your desire’ (Paulo Coelho).

Het hele universum helpt om verder te schrijven. Door me mijn muts te laten verliezen, door me vragen te stellen via een blogvriendin en door me aan nieuwe inzichten te helpen.

Bewaard onder Persoonlijk, Schrijven | 8 Comments

Tags: , , , , ,

← Vorige paginaVolgende pagina →

Deze blog maakt gebruik van cookies Privacy informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close