Het meest achterlijke oordeel aller tijden: stout

Geplaatst op 29 March, 2010 

Sinds een tijdje zegt mijn dochter: ‘tout, tout, tout’. Ik denk, laat ik beginnen bij het begin en dat is de ontkenningsfase: ze bedoelt het Franse woordje ‘tout’ en spreekt dat op z’n Nederlands uit. Ja toch?

Ontkenning en boosheid

Maar aan alles komt een eind en ook aan de gelukzalige ontkenningsfase. Ze bedoelt stout. Ze heeft een nieuw woord geleerd, uitgerekend een woord dat ik nooit gebruiken omdat ik het verafschuw. Zul je altijd zien dat ze het dan ergens anders leert en het woord alsnog zijn intrede doet in huis.

Ik voelde me boos kan ik je zeggen. Boos omdat ik graag wil dat het meest achterlijke oordeel aller tijden (en dat is ook een oordeel) haar bespaard blijft. Boos omdat als ik er met andere mensen over praat, ik dan als  antwoord krijg dat stout nou eenmaal overal in de maatschappij wordt gebruikt en onze maatschappij nou eenmaal zo is.

Zo is onze maatschappij nou eenmaal

En dat vind ik wel zo’n ongelooflijke dooddoener: zo is onze maatschappij nou eenmaal. Als we onze maatschappij als uitgangspunt nemen dan kunnen we maar beter meteen ophouden te bestaan. Oorlog? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Criminaliteit? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Armoede? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Vervuiling? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal.

Negeren of erover praten?

Eerst riep ze alleen maar ‘tout, tout, tout’ en sinds een paar dagen  roept ze ‘papa tout’.

Mijn eerste strategie was om er niet op in te gaan. Toen ze er weer mee begon toen ze naast me op de bank zat, besloot ik het haar te vragen: ‘Als jij tout zegt, bedoel je dan stout?’. ‘Ja’ zei ze. ‘Wil je horen wat dat woord met mij doet?’ vroeg ik haar. Weer zei ze ‘ja’.

Ik nam even tijd voor ademhaling, voelde diep van binnen hoe ik me voel als ik het woord stout voor de geest haal en ontdekte dat ik me helemaal niet boos voel maar verdrietig. Ik had echt verbinding met het gevoel van verdriet en met haar, ze was één en al aandacht.

‘Als ik het woord stout hoor voel ik me verdrietig omdat ik…. ‘ En in plaats van dat ik even mijn mond hield om gewoon bij mijn gevoel en in verbinding te blijven, schoot ik in mijn hoofd en wilde gaan vertellen. Ver kwam ik niet want bij de tweede zin begon ze een liedje van K3 te zingen.

Er zit natuurlijk wel iets van waarheid in dat woorden als stout nou eenmaal in de maatschappij worden gebruikt en wel in die zin dat ik geen cordon sanitaire kan aanleggen rondom iedereen die het woord stout gebruikt.

Maar wat is stout eigenlijk? Wanneer noemen we iets of iemand stout?

Om te beginnen maak ik onderscheid tussen iets stouts doen en stout zijn. Iets stouts doen is simpelweg iets doen waarvan een ander wil dat je het niet doet. Een ouder wil graag dat een kind van de knopjes van de tv afblijft en het kind doet het toch. Aan de knopjes zitten wordt dan stout genoemd. Stout is in zo’n geval een oordeel over het gedrag, over het aan de knopjes zitten.

Maar vaak ook wordt niet het gedrag stout genoemd, maar het kind zelf: ‘jij bent stout’. Ook dit is een oordeel maar nu niet over het gedrag maar over het kind zelf, over het wezen van het kind. Elke zin die begint met de woorden ‘Ik ben…’ of ‘Jij bent…’ is uitkijken geblazen en bij kinderen geldt dat in het bijzonder.

Maar waarom zou je het gedrag of het kind stout noemen? Als je er vanuit behoeften naar kijkt, handelt het kind vanuit autonomie behoefte. Dezelfde autonomie behoefte van waaruit een automobilist beslist om op de snelweg geen 120 maar 130 kilometer per uur te rijden.

Natuurlijk wil je als ouder dat je kind bepaalde dingen niet doet, bijvoorbeeld omdat je wilt dat het kind veilig is. Ik zeg: vertel het er dan bij! Mijn dochter springt graag op de bank. Heerlijk vindt ze dat en het is een plezier haar te zien genieten als ze op de bank springt. Maar ze mag alleen op de bank springen als ik er naast zit. Als ik in de keuken ben, mag ze niet op de bank springen. Elke keer als ze toch probeert om op de bank te springen als ik niet naast haar zit, zeg ik haar waarom ik dat niet wil: omdat ik graag wil dat ze veilig is. En ik vertel haar ook het alternatief erbij, bijvoorbeeld: ik wil dat je even wacht tot ik naast je zit.

Er is niks stouts aan om te proberen op de bank te springen als ik er niet bij ben. Zij heeft haar behoefte aan spelen, bewegen en plezier en ik heb mijn behoefte aan veiligheid. Zij zorgt voor haar behoeften door bijvoorbeeld te springen en ik voor de mijne door ervoor te zorgen dat ik naast haar zit terwijl ze springt.

Gedrag kan wel consequenties hebben

Als je vanuit je autonomiebehoefte 130 over de snelweg rijdt kan de consequentie zijn dat je een bekeuring krijgt. Als mijn dochter keer op keer probeert op de bank te springen terwijl ik in de keuken bezig ben, kan de consequentie zijn dat ik omwille van de veiligheid besluit haar van de bank te halen. Als ik dat doe, vertel ik haar erbij waarom ik het doe. Maar is zij dan stout? Nee.

Nu zij het woord stout heeft geleerd noemt ze mij stout als ik niet doe wat zij wil. Dat heeft ze van andere volwassenen geleerd: als en kind de wil van de volwassene niet volgt, is het kind stout. Kinderen die dit leren noemen volwassenen (en ook andere kinderen) die de wil van het kind niet volgen daarom ook stout.

Op weg naar acceptatie

Zoals ik aan het begin van deze blog schreef is aan mijn ontkenningsfase een eind gekomen. Ik kan niet langer ontkennen dat mijn dochter een woord gebruikt dat ik verafschuw. Maar net zoals in een rouwproces kan ik nog niet helemaal accepteren dat ze dat woord van anderen heeft geleerd. Ik wil accepteren dat, ook al doe ik nog zo mijn best haar iets te leren of juist te besparen, er altijd  andere mensen en situaties zullen zijn waar ik geen invloed op heb.

Het accepteren van verlies of iets pijnlijks is een rouwproces en bestaat volgens Elisabeth Kübler-Ross uit een aantal fasen:  ontkenning, boosheid, onderhandelen en vechten,  depressie en uiteindelijk aanvaarding. Fasen die elkaar in de praktijk natuurlijk niet lineair opvolgen maar die kris kras door elkaar kunnen lopen. .

De weg naar acceptatie vraag ik mezelf af of ik niet overbeschermd handel door het woord stout bij haar vandaan te willen houden. Mijn dochter is natuurlijk geen kasplantje dat na het eerste de beste keer dat iemand ‘stout’ zegt, wordt weggeblazen. Tegelijkertijd heb ik als ouder wel een verantwoordelijkheid als ik het gebruik van geweld herken, ook als het bijvoorbeeld om verbaal of emotioneel geweld gaat. Acceptatie houdt voor mij ook in dat ik onderscheid maak tussen wat ik wel en niet kan veranderen. Mezelf kan ik veranderen, andere mensen niet.

Wat kan ik doen? Doorgaan met het niet gebruiken van het woord stout. Doorgaan met haar vertellen waarom, vanuit welke behoefte, ik iets wel of niet wil. Doorgaan met afstemmen op haar behoeften. Doorgaan met zoeken naar mogelijkheden dat zij haar behoeften kan vervullen en ik de mijne. Doorgaan met nieuwsgierig zijn, ook als ze het over stout heeft. Doorgaan met bewustzijn en voelen van hoe een woord voor mij klinkt. Doorgaan met haar te blijven praten.

Wat wil ik leren? Een heleboel want ik wil een lerende ouder zijn. Wat ik vooral wil leren is  dat als ik met haar in gesprek ben, ik in verbinding blijf met mijn gevoel. Kinderen staan in mijn beleving niet te springen om die verhalen uit het hoofd maar om de verhalen vanuit het gevoel.

En als iemand in mijn aanwezigheid mijn dochter of haar gedrag stout noemt, dan zal ik teruggeven wat dat met me doet en hoe ik het anders wil en waarom.

Je bent lief

De keerzijde van ‘Je bent stout’ is: ‘Je bent lief’. Ook daar valt veel over te zeggen maar dat is voor een andere keer. Lees  over het belonen en straffen van kinderen het artikel ‘Complimenteren‘ en kijk vooral naar de twee korte filmpjes van Alfie Kohn.

Bewaard onder Communicatie, Persoonlijk, vaderschap

Tags: , , , , ,

Reacties

10 Reacties to “Het meest achterlijke oordeel aller tijden: stout”

  1. Petra on March 29th, 2010 12:24

    Ha Peter, begrijpelijk, je reactie. Tegelijkertijd kwam ‘lekker stout zijn’ in me op terwijl ik het las. Heel goed om lekker stout te zijn, lekker niet te doen wat anderen willen, heel gezond. Misschien ziet een kind stout wel als leuk. Als je het woord stout zou vervangen door ondeugend is het ineens veel minder beladen. Ik maak er met mijn nichtje van 9 al jaren een spel van om samen geheimpjes te hebben, plannetjes te bedenken, stiekem iets voor te bereiden, dat is leuk! En heel onschuldig natuurlijk. Maar het heeft wel een functie. Tegen mij zeggen ze nu soms nog wel eens: Blijf vooral lekker ondeugend. En dan denk ik: Ja, dat is waar, dat is belangrijk. Lekker een beetje tegendraads zijn, de boel een beetje opschudden, het systeem een beetje doorbreken. Hoe moet je het anders leren dan je er eerst bewust van te worden? Het oordeel dat aan ‘stout’ vast kleeft, is voor jouw rekening, zij ziet het als ‘lollig’ vermoed ik.

  2. Peter de Kock on March 29th, 2010 19:54

    Hi Petra, kan me voorstellen dat een kind het woord gebruikt om het te verkennen, om ermee te spelen en te ontdekken hoe anderen erop reageren. De lading die ik eraan geef is inderdaad van mij. Wat je schrijft zet me wel aan het denken om die lading wat te verzachten door stout te vertalen naar autonomie, net zoals jij het vertaalt naar lekker ondeugend. Dank voor het delen.

  3. Jooper on March 29th, 2010 12:57

    Lastig hoor. Op één of andere manier vinden mensen het prettig om de wereld te verdelen in lief en stout, zwart en wit, goed en kwaad. Terwijl daar nog zoveel meer tussenin zit. En terwijl jij je best doet om met veel geduld dingen als oorzaak en gevolg uit te leggen roept iemand anders heel simpel ‘stout!’. Lekker makkelijk, want zwart-wit, maar jij kan dan weer helemaal opnieuw beginnen 🙁

  4. Peter de Kock on March 29th, 2010 19:57

    Bedankt Jooper, ik deel je inzicht. Mensen delen de boel graag duidelijk in, lief en stout, goed en slecht, noem maar op. Het is inderdaad oh zo belangrijk te herkennen dat er tussen zwart en wit een heleboel andere kleuren zitten.

  5. karin r. on March 31st, 2010 07:02

    aangezien je kind nog zo jong is misschien niet helemaal weet wat het is en wat de lading ervan is zou ik het laten gaan. k3 is way belangrijker dan weten wat stout is. 😉

  6. Peter de Kock on March 31st, 2010 08:46

    Haha, helemaal waar Karin, bedankt. Ja, K3 is veel belangrijker voor haar: ze danst en spring op de muziek van K3 dat het een lieve lust is.

  7. Petra on March 31st, 2010 14:09

    Weet je wat ook leuk is? Dat je dochter dit later misschien allemaal leest!

  8. Peter de Kock on March 31st, 2010 19:28

    Haha, ik ben benieuwd wat ze ervan vindt Petra. Ik denk dat ze zegt: ‘Waar maakte jij je toch druk om zeg, relax’.

  9. Hanneke on April 1st, 2010 12:19

    Heel lang heb ik erg veel moeite gehad als iemand zei dat ik lief was. Dan reageerde ik heftig en ontkende het en deed erg mijn best om niet lief te zijn. Later besefte ik dat lief zijn voor mij gelijk stond aan braaf zijn. Zelfde idee als het stout wat je hier beschrijft denk ik.
    Als je maar lief =braaf bent dan is het goed.”Mooi lief zijn hoor!” en dat soort uitspraken. Ik heb dat erg serieus opgepakt en deed daar heel erg mijn best voor. Met alle gevolgen van dien.
    Inmiddels ben ik zover dat het weer kan, het woordje lief:-)

  10. Peter de Kock on April 1st, 2010 12:26

    Hi Hanneke, dank je wel. Lief zijn is de andere kant van de medaille van stout zijn. Er zijn hele interessante onderzoeken naar gedaan, wat ik ervan begrepen heb is dat het op deze manier overbrengen van een compliment averechts werkt en het kind eerder minder dan meer gemotiveerd is. Vanuit Geweldloze communicatie en oplossingsgericht werken zijn hele andere manieren ontwikkeld om een compliment over te brengen die wel werken.

Laat je reactie achter!