De lege pagina als sprong in het duister

Geplaatst op 21 June, 2010 

Al eerder schreef ik over Mark David Gerson en zijn kijk op het schrijfproces. Op zijn blog vond ik een korte video waarin hij vertelt hoe hij de lege pagina ziet en benadert: elke lege pagina is een sprong in het duister, een sprong in het mysterie, in de leegte, in het creatieve onbekende, in het oneindige waar magie leeft en wonderen gebeuren.

Als ik ga schrijven heb ik meestal al een globaal idee waar ik over wil schrijven. Het schrijfproces gaat dan over het in  woorden en zinnen vormgeven van een idee, het vertalen van het onzichtbare (het idee) naar het zichtbare (de tekst). Dat schrijfproces gaat ook gepaard met wat innerlijke strijd met de oordelen (lukt het wel, is het wel goed genoeg, wil iemand dit wel lezen). Maar omdat het idee er al is komt er vrijwel altijd een bruikbare tekst uit, ook al is die soms toch anders dan in de idee-vorm.

Anders is het als ik zonder idee ga schrijven. Geconfronteerd met de leegte die Mark David Gerson noemt, voel ik me bijzonder ongemakkelijk. Ik voel de spanning in mijn lichaam en wil daar zo snel mogelijk vanaf. De oordelen die dan beginnen te stromen interpreteer ik dan meestal als een rood stoplicht: stop met schrijven en ga iets anders doen. Maar die oordelen hebben niets te maken met of het wel of niet lukt om te schrijven. Die oordelen zijn verbonden met een dieper liggend oordeel dat bepaalde gevoelens er niet mogen zijn. Ook al weet ik rationeel dat alle gevoelens er mogen zijn en dat er geen positieve en negatieve gevoelens bestaan, diep van binnen werkt het soms toch anders.

Weten, voelen en doen zijn echt totaal verschillende dingen.

Zoals veel Amerikaanse blogs doen, zou ik deze blog kunnen afsluiten met vijf tips om innerlijke oordelen te overstijgen: 1. voel het gevoel, 2. herken de oordelen, 3. accepteer het gevoel, 4. laat de oordelen los, 5. ga schrijven. Maar voor mij werken die lijstjes en tips niet dus gauw een streep er doorheen.

Lees ook:

De lege pagina als sprong in het duister

Bewaard onder Persoonlijk, Schrijven | 8 Comments

Tags: , ,

Wat ik wel en niet geloof over gevoelens

Geplaatst op 30 April, 2010 

1. Ik geloof niet dat boosheid één van de meest vernietigende emoties is. Ik geloof dat elke emotie, ook die van boosheid, een bepaalde energiestroom is en dat het niet die emotie of die energiestroom is die vernietigend is, maar de vaak disfunctionele manier waarop we ermee omgaan.

2. Ik geloof niet dat er positieve en negatieve gevoelens zijn maar wel dat alle gevoelens gelijkwaardig zijn. Ik geloof ook dat er een goede reden is dat sommige gevoelens onprettig aanvoelen (en die we dan vaak als negatief bestempelen). Namelijk omdat die gevoelens een onbevredigde behoefte signaleren en ons aansporen om in actie te komen. Stel dat het gevoel van honger prettig aanvoelt, zou je dan nog eten?

3. Ik geloof niet dat je je goed of slecht kunt voelen. Ik geloof wel dat je over je gevoelens kunt denken in termen van goed of slecht. Gevoelens kennen geen zwart/wit perspectief van goed/slecht, het denken echter wel.

4. Ik geloof niet dat als je je verdrietig, boos of angstig voelt, dat je dan moet proberen je zo snel mogelijk weer blij te voelen. Ik geloof dat alle gevoelens er mogen zijn en dat het helpt het gevoel werkelijk te voelen en om in contact te komen met de onderliggende behoeften.

5. Ik geloof dat er een heleboel oordelen bestaan over gevoelens en dat die oordelen meer zeggen over onze relatie met onze gevoelens dan over de gevoelens zelf.

6. Ik geloof dat onze taal een heleboel gevoelswoorden kent die in feite geen gevoel uitdrukken maar een oordeel. Zoals ‘Ik voel me in de steek gelaten’. Het onderliggende gevoel kan zijn eenzaamheid en/of verdriet’. De onderliggende behoefte kan zijn verbinding en/of ondersteuning

7. Ik geloof dat het analyseren en classificeren van gevoelens net zo zinloos is als op het strand gaan zitten en de golven van de zee analyseren en classificeren.

8. Ik geloof dat het voelen van je gevoelens kan helpen om in het hier en nu te zijn in plaats van in het verleden of toekomst te zijn door in je hoofd te leven.

9. Ik geloof dat een zin als ‘Ik heb het gevoel dat deze bespreking nog lang gaat duren’ niks met gevoelens te maken heeft maar alles met een gedachte of aanname.

10. Ik geloof dat ik over vijf jaar weer andere dingen over gevoelens geloof dan nu.

Wat ik wel en niet geloof over gevoelens

Bewaard onder Communicatie, Mening, Persoonlijk | 10 Comments

Tags: , , , ,

Zeggen wat je doet werkt als een rode lap op een stier

Geplaatst op 20 April, 2010 

Gij zult consequent en congruent zijn en ervoor zorgen dat het plaatje klopt.

Het slaat nergens op maar daarom zou het zomaar het elfde gebod kunnen zijn. Sommige mensen hanteren dit gebod, die denken dan dat iemand die arts is zelf nooit eens ziek is, dat een sportman nooit eens een biertje drinkt of dat een politicus nooit eens met z’n bek vol tanden staat.

Je hoeft iemand maar te vertellen wat je in het dagelijks leven doet en de normen en waarden waar ze je aan toetsen worden meteen in stelling gebracht.

In het begin van mijn bloggersbestaan schreef ik al eens over een netwerkbijeenkomst waar ik me had voorgesteld als tekstschrijver waarna iemand me erop attent maakte dat ik in een zin ‘hun’ had gezegd in plaats van ‘hen’. (Lees: ‘Hen en hun‘)

Een ander vond vorig jaar dat ik niet congruent communiceerde omdat ik me bezig hou met Geweldloze Communicatie en ook wel eens een oordeel gebruik.

Een tijdje geleden kreeg ik een stuk tekst van de profielpagina van mijn eigen weblog toegestuurd. Mijn profielpagina is in het Engels en was via Goole translator of een vergelijkbare tool, in het Nederlands vertaald. Er zaten enkele taalfouten in de Nederlandse vertaling. De conclusie was dat ik de Nederlandse taal niet beheers en dat dit toch wel vreemd is voor iemand die zich schrijver noemt, ook al ging het om de vertaling.

Zeggen wat je doet werkt op sommige mensen als een rode lap op een stier. Maar wat doe je eraan? Niks, lees alleen het volgende stukje van Paulo Coelho even:

‘Don’t try to be coherent all the time; discover the joy of being a surprise to yourself. Being coherent is having always to wear a tie that matches your socks. It means being obliged to keep tomorrow the same opinions you have today. What about the world, which is always in movement? As long as it doesn’t harm anyone, change your opinion now and again, and contradict yourself without feeling ashamed – you have a right to that! It doesn’t matter what the others may think – because they are going to think that way no matter what.’

Paulo Coelho in ‘The quest

Zeggen wat je doet werkt als een rode lap op een stier

Bewaard onder Citaten, Mening, Persoonlijk | 7 Comments

Tags: ,

Het meest achterlijke oordeel aller tijden: stout

Geplaatst op 29 March, 2010 

Sinds een tijdje zegt mijn dochter: ‘tout, tout, tout’. Ik denk, laat ik beginnen bij het begin en dat is de ontkenningsfase: ze bedoelt het Franse woordje ‘tout’ en spreekt dat op z’n Nederlands uit. Ja toch?

Ontkenning en boosheid

Maar aan alles komt een eind en ook aan de gelukzalige ontkenningsfase. Ze bedoelt stout. Ze heeft een nieuw woord geleerd, uitgerekend een woord dat ik nooit gebruiken omdat ik het verafschuw. Zul je altijd zien dat ze het dan ergens anders leert en het woord alsnog zijn intrede doet in huis.

Ik voelde me boos kan ik je zeggen. Boos omdat ik graag wil dat het meest achterlijke oordeel aller tijden (en dat is ook een oordeel) haar bespaard blijft. Boos omdat als ik er met andere mensen over praat, ik dan als  antwoord krijg dat stout nou eenmaal overal in de maatschappij wordt gebruikt en onze maatschappij nou eenmaal zo is.

Zo is onze maatschappij nou eenmaal

En dat vind ik wel zo’n ongelooflijke dooddoener: zo is onze maatschappij nou eenmaal. Als we onze maatschappij als uitgangspunt nemen dan kunnen we maar beter meteen ophouden te bestaan. Oorlog? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Criminaliteit? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Armoede? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal. Vervuiling? Oh, zo is onze maatschappij nou eenmaal.

Negeren of erover praten?

Eerst riep ze alleen maar ‘tout, tout, tout’ en sinds een paar dagen  roept ze ‘papa tout’.

Mijn eerste strategie was om er niet op in te gaan. Toen ze er weer mee begon toen ze naast me op de bank zat, besloot ik het haar te vragen: ‘Als jij tout zegt, bedoel je dan stout?’. ‘Ja’ zei ze. ‘Wil je horen wat dat woord met mij doet?’ vroeg ik haar. Weer zei ze ‘ja’.

Ik nam even tijd voor ademhaling, voelde diep van binnen hoe ik me voel als ik het woord stout voor de geest haal en ontdekte dat ik me helemaal niet boos voel maar verdrietig. Ik had echt verbinding met het gevoel van verdriet en met haar, ze was één en al aandacht.

‘Als ik het woord stout hoor voel ik me verdrietig omdat ik…. ‘ En in plaats van dat ik even mijn mond hield om gewoon bij mijn gevoel en in verbinding te blijven, schoot ik in mijn hoofd en wilde gaan vertellen. Ver kwam ik niet want bij de tweede zin begon ze een liedje van K3 te zingen.

Er zit natuurlijk wel iets van waarheid in dat woorden als stout nou eenmaal in de maatschappij worden gebruikt en wel in die zin dat ik geen cordon sanitaire kan aanleggen rondom iedereen die het woord stout gebruikt.

Maar wat is stout eigenlijk? Wanneer noemen we iets of iemand stout?

Om te beginnen maak ik onderscheid tussen iets stouts doen en stout zijn. Iets stouts doen is simpelweg iets doen waarvan een ander wil dat je het niet doet. Een ouder wil graag dat een kind van de knopjes van de tv afblijft en het kind doet het toch. Aan de knopjes zitten wordt dan stout genoemd. Stout is in zo’n geval een oordeel over het gedrag, over het aan de knopjes zitten.

Maar vaak ook wordt niet het gedrag stout genoemd, maar het kind zelf: ‘jij bent stout’. Ook dit is een oordeel maar nu niet over het gedrag maar over het kind zelf, over het wezen van het kind. Elke zin die begint met de woorden ‘Ik ben…’ of ‘Jij bent…’ is uitkijken geblazen en bij kinderen geldt dat in het bijzonder.

Maar waarom zou je het gedrag of het kind stout noemen? Als je er vanuit behoeften naar kijkt, handelt het kind vanuit autonomie behoefte. Dezelfde autonomie behoefte van waaruit een automobilist beslist om op de snelweg geen 120 maar 130 kilometer per uur te rijden.

Natuurlijk wil je als ouder dat je kind bepaalde dingen niet doet, bijvoorbeeld omdat je wilt dat het kind veilig is. Ik zeg: vertel het er dan bij! Mijn dochter springt graag op de bank. Heerlijk vindt ze dat en het is een plezier haar te zien genieten als ze op de bank springt. Maar ze mag alleen op de bank springen als ik er naast zit. Als ik in de keuken ben, mag ze niet op de bank springen. Elke keer als ze toch probeert om op de bank te springen als ik niet naast haar zit, zeg ik haar waarom ik dat niet wil: omdat ik graag wil dat ze veilig is. En ik vertel haar ook het alternatief erbij, bijvoorbeeld: ik wil dat je even wacht tot ik naast je zit.

Er is niks stouts aan om te proberen op de bank te springen als ik er niet bij ben. Zij heeft haar behoefte aan spelen, bewegen en plezier en ik heb mijn behoefte aan veiligheid. Zij zorgt voor haar behoeften door bijvoorbeeld te springen en ik voor de mijne door ervoor te zorgen dat ik naast haar zit terwijl ze springt.

Gedrag kan wel consequenties hebben

Als je vanuit je autonomiebehoefte 130 over de snelweg rijdt kan de consequentie zijn dat je een bekeuring krijgt. Als mijn dochter keer op keer probeert op de bank te springen terwijl ik in de keuken bezig ben, kan de consequentie zijn dat ik omwille van de veiligheid besluit haar van de bank te halen. Als ik dat doe, vertel ik haar erbij waarom ik het doe. Maar is zij dan stout? Nee.

Nu zij het woord stout heeft geleerd noemt ze mij stout als ik niet doe wat zij wil. Dat heeft ze van andere volwassenen geleerd: als en kind de wil van de volwassene niet volgt, is het kind stout. Kinderen die dit leren noemen volwassenen (en ook andere kinderen) die de wil van het kind niet volgen daarom ook stout.

Op weg naar acceptatie

Zoals ik aan het begin van deze blog schreef is aan mijn ontkenningsfase een eind gekomen. Ik kan niet langer ontkennen dat mijn dochter een woord gebruikt dat ik verafschuw. Maar net zoals in een rouwproces kan ik nog niet helemaal accepteren dat ze dat woord van anderen heeft geleerd. Ik wil accepteren dat, ook al doe ik nog zo mijn best haar iets te leren of juist te besparen, er altijd  andere mensen en situaties zullen zijn waar ik geen invloed op heb.

Het accepteren van verlies of iets pijnlijks is een rouwproces en bestaat volgens Elisabeth Kübler-Ross uit een aantal fasen:  ontkenning, boosheid, onderhandelen en vechten,  depressie en uiteindelijk aanvaarding. Fasen die elkaar in de praktijk natuurlijk niet lineair opvolgen maar die kris kras door elkaar kunnen lopen. .

De weg naar acceptatie vraag ik mezelf af of ik niet overbeschermd handel door het woord stout bij haar vandaan te willen houden. Mijn dochter is natuurlijk geen kasplantje dat na het eerste de beste keer dat iemand ‘stout’ zegt, wordt weggeblazen. Tegelijkertijd heb ik als ouder wel een verantwoordelijkheid als ik het gebruik van geweld herken, ook als het bijvoorbeeld om verbaal of emotioneel geweld gaat. Acceptatie houdt voor mij ook in dat ik onderscheid maak tussen wat ik wel en niet kan veranderen. Mezelf kan ik veranderen, andere mensen niet.

Wat kan ik doen? Doorgaan met het niet gebruiken van het woord stout. Doorgaan met haar vertellen waarom, vanuit welke behoefte, ik iets wel of niet wil. Doorgaan met afstemmen op haar behoeften. Doorgaan met zoeken naar mogelijkheden dat zij haar behoeften kan vervullen en ik de mijne. Doorgaan met nieuwsgierig zijn, ook als ze het over stout heeft. Doorgaan met bewustzijn en voelen van hoe een woord voor mij klinkt. Doorgaan met haar te blijven praten.

Wat wil ik leren? Een heleboel want ik wil een lerende ouder zijn. Wat ik vooral wil leren is  dat als ik met haar in gesprek ben, ik in verbinding blijf met mijn gevoel. Kinderen staan in mijn beleving niet te springen om die verhalen uit het hoofd maar om de verhalen vanuit het gevoel.

En als iemand in mijn aanwezigheid mijn dochter of haar gedrag stout noemt, dan zal ik teruggeven wat dat met me doet en hoe ik het anders wil en waarom.

Je bent lief

De keerzijde van ‘Je bent stout’ is: ‘Je bent lief’. Ook daar valt veel over te zeggen maar dat is voor een andere keer. Lees  over het belonen en straffen van kinderen het artikel ‘Complimenteren‘ en kijk vooral naar de twee korte filmpjes van Alfie Kohn.

Het meest achterlijke oordeel aller tijden: stout

Bewaard onder Communicatie, Persoonlijk, vaderschap | 10 Comments

Tags: , , , ,

Wereldvrede is maar èèn ademhaling van ons verwijderd

Geplaatst op 25 March, 2010 

Vanochtend las ik op Jooper’s blog een prachtig geschreven en zeer herkenbaar verhaal over illusies en vooroordelen. Een verhaal zoals iedereen dat dagelijks in één of andere vorm overkomt: je ziet iemand, hoort iemand of ziet iets gebeuren en binnen een nanoseconde vormen zich oordelen.

Weerstand

Het doet me denken aan een conflict dat ik met iemand had. Het begon met een meningsverschil en groeide uit tot een conflict. Telkens als ik die persoon zag, hoorde of  aan die persoon dacht, voelde ik weerstand die ik dan weer stapelde boven op de weerstand van de dag ervoor, de week ervoor en de maand ervoor. Wat er dan gebeurt, is wat ik verdichting noem: de weerstand neemt steeds vastere vormen aan tot deze ondoordringbaar wordt en zich een voedingsbodem vormt voor haat.

Haat

In zijn artikel ‘This is why some people hate you’ schrijft Farouk Radwan dat we andere mensen niet haten en ook niet het werk dat we doen of de taak die voor ons ligt, maar dat we de emoties haten die we ervaren in relatie tot die persoon, dat werk of taak. Met andere woorden, de bron van de haat ligt niet buiten ons maar in ons doordat we bepaalde gevoelens afwijzen. Gevoelens van stress, angst of machteloosheid bijvoorbeeld.

En dat is wat er gebeurde in het conflict dat ik had: ik voelde me machteloos omdat ik niet wist om te gaan met het meningsverschil. Ik wees mijn gevoel van machteloosheid af en projecteerde dat op die ander door er een enorme denkbeeldige asshole van te maken.

Verhalen

Hoe maak je van iemand een enorme asshole? Door jezelf een verhaal te vertellen over die ander en telkens als je die ander ziet of hoort een stukje aan dat verhaal toe te voegen. Op de vraag van Karin Ramaker ‘Wat zoek je?’ schreef ik haar onder andere het volgende:

Wat ik zoek zijn nieuwe verhalen, verhalen die me bekrachtigen in plaats van verhalen die me bang en machteloos maken.

Dit geldt dus ook voor de verhalen die ik mezelf vertel over anderen.

Aikido

In haar prachtige boek ‘The Practice of Freedom  - Aikido Principles as a Spiritual Guide’ beschrijft Wendy Palmer de volgende oefening:

Pak twee voorwerpen van ongeveer dezelfde vorm en afmetingen maar verschillend in gewicht. Bijvoorbeeld een hamer en een schroevendraaier. Pak de hamer in je ene hand en de schroevendraaier in de andere hand. Hou je handen en armen ontspannen en voel het verschil in gewicht tussen beide voorwerpen. Begin vervolgens te knijpen tot al je spieren in handen en armen aangespannen zijn. Kun je dan nog steeds het verschil in gewicht voelen? Waarschijnlijk is het enige dat je nog voelt de spanning van je spieren omdat je het onderscheidingsvermogen bent kwijt geraakt het gewichtsverschil te voelen.

Als je, zoals ik in het voorbeeld van het meningsverschil, al je energie samentrekt rondom een bepaalde situatie, ben je niet meer in staat informatie te krijgen over deze situatie. Het opgeven van verzet en weerstand herstelt het vermogen om weer gevoelig te zijn voor de nuances van het hier en nu.

Tijdens Aikido training stelt Wendy Palmer zich voor dat haar trainingspartner een verlengstuk is van zichzelf, dat zij en haar partner twee conflicterende delen zijn van haarzelf,  dat de persoon is die haar aanvalt in werkelijkheid zijzelf is die zichzelf aanvalt.

Vrede

De impact hiervan is naar mijn idee niet minder dan dat alle strijd en oorlog die we voeren een strijd en oorlog is tegen onszelf. En dat wereldvrede een feit is als we alle innerlijke verzet en weerstand hebben opgegeven en innerlijke vrede hebben.

Toen ik hier met iemand over sprak vroeg zij mij wat je er aan hebt dit te weten omdat je de eerste de beste keer dat je met een conflict geconfronteerd wordt toch weer in dezelfde valkuil stapt.

Een goede vraag. Alleen weten is niet genoeg maar net zoals bij Aikido denk ik dat dit een kwestie is van oefenen, oefenen en oefenen. Het leven is één grote dojo en elk conflict is een trainingspartner om mee te oefenen. Elke ademhaling is een kans om conflict en strijd in te ruilen voor harmonie en vrede. Wereldvrede is maar èèn ademhaling van ons verwijderd.

Maar de kracht van iets weten is dat als je eenmaal iets weet, je het nooit meer niet kunt weten. Als jij de deze blog hebt gelezen weet jij het nu ook :)

Wereldvrede is maar èèn ademhaling van ons verwijderd

Bewaard onder Boeken, Mening, Persoonlijk | 7 Comments

Tags: , , , ,

Volgende pagina →